Hazen leven meestal alleen
Wanneer we aan dieren denken die samenleven, denken we al snel aan kuddes, zwermen of grote groepen. De haas is juist een heel ander verhaal. In het Nederlandse landschap leeft de haas meestal alleen en brengt hij een groot deel van zijn tijd zelfstandig door.

Toch betekent alleen leven niet dat een haas geen contact heeft met soortgenoten. Hazen komen elkaar regelmatig tegen en tijdens bepaalde periodes van het jaar verandert hun gedrag. Vooral in het voorjaar kunnen meerdere hazen ineens zichtbaar zijn in een weiland of akker.
Achter dat ogenschijnlijk eenvoudige bestaan zit een interessante manier van leven die goed past bij het open Nederlandse landschap.
Een zelfstandig leven
Een volwassen haas heeft meestal geen vaste groep nodig om te overleven. Hij zoekt zelfstandig naar voedsel, kiest een rustige plek om te rusten en houdt zijn omgeving voortdurend in de gaten.
In plaats van samen een vaste woonplek te gebruiken, bewegen hazen zich door hun eigen leefgebied. Daarbij maken ze gebruik van graslanden, akkers, slootkanten en andere plekken waar voedsel en beschutting aanwezig zijn.
Dat zelfstandige leven past goed bij een dier dat sterk afhankelijk is van snelheid en oplettendheid.
Waarom leven hazen meestal alleen?
Alleen leven heeft verschillende voordelen. Een haas hoeft zijn voedsel bijvoorbeeld niet met een grote groep te delen en kan zelf bepalen waar hij gaat eten of rusten.
Ook valt een alleenstaand dier minder snel op. In een open landschap kan een groep dieren juist gemakkelijker de aandacht trekken van een roofdier.
De haas vertrouwt daarom vooral op zijn camouflage, scherpe zintuigen en snelheid.
Wanneer hij gevaar ontdekt, hoeft hij niet te wachten op andere dieren. Hij kan onmiddellijk reageren en proberen weg te komen.
Geen holen en geen vaste groepsplek
Een belangrijk verschil tussen hazen en konijnen is hun manier van leven.
Konijnen leven vaak in groepen en gebruiken ondergrondse holen. Hazen graven zelf geen uitgebreide burchten. Ze rusten meestal in een ondiepe kuil in de begroeiing die een leger wordt genoemd.
Zo’n leger kan nauwelijks opvallen tussen gras en planten.
De haas heeft daardoor geen ondergrondse woning nodig. Hij vertrouwt op zijn omgeving om zich overdag te verbergen.
Toch komen hazen elkaar tegen
Dat hazen meestal alleen leven, betekent niet dat ze elkaar vermijden.

In gebieden met voldoende voedsel kunnen meerdere hazen relatief dicht bij elkaar voorkomen. Ze kunnen bijvoorbeeld allemaal gebruikmaken van hetzelfde weiland of dezelfde akker.
Ieder dier blijft daarbij grotendeels zelfstandig.
Van een echte groep zoals bij edelherten is dus geen sprake. De hazen bevinden zich simpelweg in hetzelfde geschikte leefgebied.
De rammelperiode
In het voorjaar verandert het gedrag van hazen opvallend.
Tijdens de voortplantingsperiode zoeken mannetjes en vrouwtjes elkaar op. Hazen kunnen elkaar achterna zitten en soms lange tijd door het landschap rennen.
Deze periode wordt de rammelperiode genoemd.
Voor iemand die vanaf een afstand kijkt, kan het lijken alsof de dieren met elkaar aan het vechten zijn. Het gedrag heeft echter vooral te maken met de voortplanting en het contact tussen mannetjes en vrouwtjes.
Het is één van de momenten waarop je meerdere hazen bij elkaar kunt zien.
Jonge hazen leven anders
Ook bij de jongen speelt het zelfstandige karakter van de haas een belangrijke rol.
Jonge hazen worden met een vacht en geopende ogen geboren. Ze kunnen daardoor al snel zelfstandig bewegen en zijn minder hulpeloos dan jonge konijnen.
De moeder blijft niet voortdurend bij haar jongen. Ze komt op bepaalde momenten terug om ze te zogen en gaat daarna weer weg.
Voor mensen kan dat vreemd lijken. Een jong haasje dat alleen in het gras ligt, kan daardoor al snel de indruk wekken dat het verlaten is.
Meestal is dat echter niet het geval.
Waarom blijft de moeder uit de buurt?
De manier waarop een moederhaas met haar jongen omgaat, heeft te maken met bescherming.
Wanneer een moeder voortdurend bij haar jongen zou blijven, zou haar aanwezigheid roofdieren kunnen helpen om de jongen te vinden.
Door de jongen verspreid in de begroeiing te laten liggen en alleen op bepaalde momenten terug te komen, blijft de kans kleiner dat een roofdier meerdere dieren tegelijk ontdekt.
Het lijkt daardoor misschien alsof moeder en jongen weinig contact hebben, maar juist deze afstand hoort bij hun natuurlijke manier van leven.
Een ontmoeting in het weiland
Wie meerdere hazen in een weiland ziet, hoeft dus niet meteen te denken dat ze samen een groep vormen.
Het kunnen verschillende zelfstandige dieren zijn die gebruikmaken van hetzelfde gebied.
Misschien zit de ene haas rustig tussen het gras terwijl een andere verderop aan het eten is. Een derde dier kan zich aan de rand van een akker bevinden.
Vanaf een afstand lijkt het alsof ze samen zijn, terwijl ieder dier vooral met zijn eigen omgeving bezig is.
Samenleven zonder echt samen te leven
Dat maakt de haas eigenlijk best bijzonder.
Hij heeft soortgenoten nodig voor de voortplanting, maar brengt het grootste deel van zijn leven zelfstandig door. Er is geen grote groep waarin dieren voortdurend bij elkaar blijven en elkaar beschermen.
De haas heeft een andere strategie ontwikkeld: zelfstandig leven, goed opletten en snel reageren wanneer dat nodig is.
Dat past uitstekend bij het open Nederlandse landschap waarin hij leeft.
De haas en zijn omgeving
Het zelfstandige leven van de haas betekent niet dat hij losstaat van de natuur.
Hij maakt deel uit van een groter geheel. Hij eet planten en vormt tegelijkertijd voedsel voor verschillende roofdieren.
Ook het landschap zelf is belangrijk. Weilanden, akkers, slootkanten en ruigere stukken begroeiing bieden verschillende mogelijkheden om te eten en te rusten.
Een afwisselend landschap geeft een haas daardoor meer mogelijkheden om zijn zelfstandige leven vol te houden.
Wanneer je meerdere hazen ziet
Het voorjaar is waarschijnlijk de periode waarin de kans het grootst is dat je meerdere hazen tegelijk ziet.
Tijdens de rammelperiode kunnen hazen elkaar achterna zitten en door open gebieden rennen. Soms lijkt het alsof ze eindeloos achter elkaar aan blijven gaan.
Op andere momenten van het jaar zie je misschien twee of meerdere hazen in hetzelfde gebied, simpelweg omdat daar voldoende voedsel en geschikte rustplekken zijn.
Toch blijft hun basisgedrag hetzelfde: iedere haas leeft grotendeels zijn eigen leven.
Een dier dat zijn eigen weg gaat
De haas is daarmee een mooi voorbeeld van een dier dat niet afhankelijk is van een grote groep.
Zijn kracht zit ergens anders: in zijn scherpe zintuigen, zijn snelheid, zijn zelfstandigheid en zijn vermogen om zich aan te passen aan het landschap.
Wanneer hij rustig tussen het gras zit, lijkt hij misschien kwetsbaar. Maar achter die rustige houding schuilt een dier dat voortdurend zijn omgeving in de gaten houdt.
Eén onverwacht geluid kan genoeg zijn om hem overeind te laten komen.
Even later zie je misschien alleen nog zijn lange oren boven het gras verdwijnen.
Tot slot
Hazen leven meestal alleen, maar hun wereld is zeker niet eenzaam. Ze komen soortgenoten tegen, zoeken elkaar op tijdens de voortplantingsperiode en leven in gebieden waarin meerdere hazen gebruikmaken van dezelfde voedselrijke omgeving.
Toch blijft iedere haas grotendeels zelfstandig.
Juist die combinatie van zelfstandigheid en voorzichtigheid heeft ervoor gezorgd dat de haas zich zo goed heeft kunnen handhaven in het Nederlandse landschap.
Wie tijdens een wandeling meerdere hazen ziet, kijkt dus eigenlijk naar een aantal zelfstandige bewoners van hetzelfde landschap, ieder met zijn eigen plek en eigen verhaal.
