Hoe weten we waaruit een ster bestaat?

Wanneer we naar een ster kijken, zien we meestal niet meer dan een klein lichtpuntje aan de hemel. Toch kunnen astronomen uit dat licht verrassend veel informatie halen. Ze kunnen onder andere bepalen welke elementen in een ster aanwezig zijn, hoe heet het oppervlak is en soms zelfs hoe snel de ster door de ruimte beweegt.

Maar hoe kan dat eigenlijk? Een ster is enorm ver weg en een ruimtesonde kan maar naar een heel klein aantal sterren reizen. Het antwoord ligt in het sterrenlicht zelf.

Sterrenlicht bevat informatie

Het licht van een ster lijkt op het eerste gezicht gewoon wit of geel licht. Wanneer astronomen het licht nauwkeurig onderzoeken, blijkt het echter uit veel verschillende golflengten te bestaan.

Door het licht met een instrument zoals een spectrograaf te onderzoeken, kunnen wetenschappers het verdelen in een spectrum. Daarin verschijnen verschillende kleuren en donkere of heldere lijnen.

Die lijnen vormen als het ware een vingerafdruk van de stoffen die het licht onderweg heeft beïnvloed.

Wat is een spectrum?

Wit licht bestaat uit veel verschillende kleuren. Een prisma kan dat licht bijvoorbeeld uiteen laten vallen in een regenboog.

Sterrenlicht werkt op vergelijkbare wijze. Wanneer het door een spectrograaf wordt geanalyseerd, ontstaat een spectrum waarin astronomen heel nauwkeurig kunnen kijken naar de verschillende golflengten.

Het spectrum van een ster is niet zomaar een kleurrijke band. Er kunnen honderden verschillende lijnen in zichtbaar zijn.

Elke lijn hoort bij een bepaalde interactie tussen licht en materie.

Elk element heeft zijn eigen vingerafdruk

Atomen kunnen alleen bepaalde hoeveelheden energie opnemen of uitzenden. Daardoor ontstaan karakteristieke lijnen op specifieke plaatsen in het spectrum.

Illustratie van sterrenlicht dat met een spectrograaf wordt opgesplitst in een spectrum met donkere absorptielijnen

Waterstof heeft bijvoorbeeld zijn eigen patroon van spectraallijnen. Helium heeft een ander patroon. Ook zuurstof, koolstof, natrium, ijzer en andere elementen hebben hun eigen kenmerkende lijnen.

Door de lijnen in het spectrum van een ster te vergelijken met bekende patronen op aarde, kunnen astronomen bepalen welke elementen aanwezig zijn.

Het is een beetje alsof je een onbekende stof probeert te herkennen aan een unieke barcode.

Absorptielijnen vertellen wat er in een ster zit

Veel sterren hebben een continu spectrum waarop donkere lijnen verschijnen. Dit noemen we absorptielijnen.

Het binnenste van een ster produceert licht over een groot bereik aan golflengten. Wanneer dat licht door koelere lagen van de atmosfeer van de ster reist, kunnen bepaalde atomen specifieke golflengten absorberen.

Daardoor ontstaan donkere lijnen in het spectrum.

De positie en sterkte van die lijnen geven informatie over de elementen in de buitenste lagen van de ster.

Een ster is vooral waterstof en helium

De meeste sterren bestaan voornamelijk uit waterstof en helium. Dat is niet toevallig.

In het jonge heelal waren vooral waterstof en helium aanwezig. Uit dit materiaal ontstonden later de eerste sterren.

Binnen sterren kunnen door kernfusie nieuwe elementen worden gevormd. Vooral zware sterren kunnen tijdens hun ontwikkeling steeds zwaardere elementen produceren.

Wanneer sterren materiaal de ruimte in verspreiden, bijvoorbeeld door sterrenwinden of supernova-explosies, wordt dat materiaal onderdeel van nieuwe sterren en planeten.

Zo kunnen astronomen uit de samenstelling van sterren ook iets leren over de geschiedenis van het heelal.

De temperatuur verandert het spectrum

De aanwezigheid van een element is niet het enige dat belangrijk is. Ook de temperatuur van een ster heeft grote invloed op het spectrum.

Bij verschillende temperaturen bevinden atomen zich in verschillende energietoestanden. Daardoor kunnen sommige spectraallijnen bij een bepaalde temperatuur veel sterker zichtbaar zijn dan bij een andere.

Dit is een van de redenen waarom sterren verschillende kleuren hebben.

Blauw-witte sterren zijn over het algemeen veel heter dan gele of rode sterren. Door het spectrum te bestuderen kunnen astronomen de temperatuur van een ster nauwkeuriger bepalen dan alleen door naar de kleur te kijken.

Hoe weten we hoeveel van een element aanwezig is?

De aanwezigheid van een spectraallijn vertelt dat een bepaald element aanwezig is. De sterkte van die lijn kan vervolgens aanwijzingen geven over hoeveel van dat element aanwezig is.

Dat is echter geen kwestie van simpelweg naar één lijn kijken.

Astronomen moeten rekening houden met onder andere de temperatuur, dichtheid en druk in de atmosfeer van de ster. Met computermodellen kunnen ze vervolgens berekenen welk spectrum bij bepaalde omstandigheden hoort.

Door het waargenomen spectrum met zulke modellen te vergelijken, kunnen ze de chemische samenstelling steeds nauwkeuriger bepalen.

Sterrenlicht reist naar ons toe

Het bijzondere is dat al deze informatie uiteindelijk afkomstig is van licht dat naar de aarde reist.

Een ster kan duizenden lichtjaren ver weg staan. Toch draagt het licht dat hier aankomt informatie over de omstandigheden aan het oppervlak van die ster.

Astronomen hoeven de ster dus niet aan te raken om te onderzoeken waaruit hij bestaat.

Het licht doet het werk voor hen.

Het spectrum kan ook beweging laten zien

Spectra vertellen niet alleen welke elementen aanwezig zijn. Ze kunnen ook laten zien of een ster naar ons toe beweegt of juist van ons af.

Illustratie van het Dopplereffect waarbij spectraallijnen van een bewegende ster naar blauw of rood verschuiven

Wanneer een lichtbron beweegt, verschuiven de spectraallijnen een klein beetje. Dit noemen we het Dopplereffect.

Beweegt een ster van ons af, dan verschuiven de lijnen naar langere, rodere golflengten. Beweegt de ster naar ons toe, dan verschuiven ze juist naar kortere, blauwere golflengten.

Door deze verschuiving te meten kunnen astronomen de snelheid van een ster langs onze gezichtslijn bepalen.

Zelfs de rotatie van een ster is zichtbaar

Een ster draait meestal om zijn eigen as. Daardoor kunnen verschillende delen van het steroppervlak met verschillende snelheden naar ons toe of van ons af bewegen.

Dit kan de spectraallijnen iets verbreden.

Door deze verbreding te analyseren kunnen astronomen informatie krijgen over de rotatie van de ster.

Het spectrum bevat dus informatie over veel meer dan alleen de chemische samenstelling.

Waarom zien we niet alle elementen even duidelijk?

Niet ieder element is even gemakkelijk uit een spectrum af te lezen.

Sommige elementen hebben sterke spectraallijnen die gemakkelijk te herkennen zijn. Andere elementen zijn slechts in kleine hoeveelheden aanwezig of hebben lijnen die moeilijk te onderscheiden zijn van andere signalen.

Ook de omstandigheden in de ster spelen een rol.

Daarom gebruiken astronomen vaak meerdere spectraallijnen van hetzelfde element en combineren ze verschillende metingen. Hoe beter het spectrum, hoe meer informatie eruit kan worden gehaald.

De atmosfeer van een ster

Wanneer we spreken over de samenstelling van een ster, hebben astronomen het vaak over de buitenste lagen waaruit het licht uiteindelijk naar ons toe komt.

Het binnenste van een ster kunnen we niet rechtstreeks bekijken.

Toch kunnen modellen van sterren, kernfusie en hun ontwikkeling ons veel vertellen over wat daar gebeurt. Door die modellen te combineren met waarnemingen van het oppervlak en spectrum ontstaat een steeds completer beeld.

Op die manier leren we indirect ook iets over het onzichtbare binnenste van sterren.

Spectroscopie: sterrenkunde met licht

Het onderzoeken van licht en spectra noemen we spectroscopie. Het is een van de belangrijkste technieken in de moderne sterrenkunde.

Met spectroscopie kunnen astronomen onder andere onderzoeken:

  • welke elementen in een ster aanwezig zijn;
  • hoe heet de ster is;
  • hoe snel de ster beweegt;
  • hoe snel de ster roteert;
  • welke omstandigheden in de atmosfeer voorkomen;
  • hoe sterren in de loop van hun leven veranderen.

Een klein lichtpuntje kan daardoor een enorme hoeveelheid informatie bevatten.

Van waterstof tot zware elementen

De chemische samenstelling van een ster kan ook iets vertellen over de omgeving waarin die ster is ontstaan.

Een jonge ster die relatief veel zware elementen bevat, kan zijn gevormd uit materiaal dat al door eerdere generaties sterren is verrijkt.

Oudere sterren uit de vroege geschiedenis van de Melkweg bevatten vaak veel minder zware elementen.

Door sterren van verschillende leeftijden en plaatsen met elkaar te vergelijken, kunnen astronomen daardoor onderzoeken hoe de chemische samenstelling van sterrenstelsels in de loop van miljarden jaren is veranderd.

Een ster als tijdcapsule

Elke ster draagt dus informatie mee over zijn eigen geschiedenis.

De samenstelling vertelt iets over het materiaal waaruit de ster is ontstaan. De temperatuur en helderheid geven informatie over de huidige levensfase. Het spectrum kan bovendien beweging en rotatie onthullen.

Voor astronomen is een ster daarom veel meer dan een lichtbron.

Het is een soort tijdcapsule, waarin informatie zit over zowel de ster zelf als de kosmische omgeving waarin hij werd geboren.

Kunnen we dit ook bij de zon?

Ja. De zon is dichtbij genoeg om zeer uitgebreid te onderzoeken en vormt daardoor een belangrijk voorbeeld voor spectroscopie.

In het zonlicht zijn veel spectraallijnen zichtbaar. Aan de hand daarvan kunnen wetenschappers verschillende elementen herkennen.

Omdat de zon veel dichterbij staat dan vrijwel alle andere sterren, kunnen astronomen haar bovendien veel gedetailleerder bestuderen.

De technieken die voor de zon worden ontwikkeld, helpen vervolgens bij het onderzoeken van sterren die veel verder weg staan.

Waarom is dit zo belangrijk?

Zonder spectroscopie zouden sterren voor een groot deel mysterieuze lichtpunten blijven.

We zouden hun kleur en helderheid kunnen meten, maar veel van de informatie over hun samenstelling en beweging zou verborgen blijven.

Dankzij het spectrum kunnen astronomen sterren met elkaar vergelijken en ontdekken hoe ze ontstaan, veranderen en uiteindelijk verdwijnen.

Van een lichtpuntje aan de nachtelijke hemel wordt zo een object dat wetenschappelijk onderzocht kan worden.

Het licht vertelt het verhaal

Een ster staat misschien op een onvoorstelbare afstand van de aarde, maar het licht dat ons bereikt heeft een boodschap meegenomen.

Door dat licht op te splitsen en de patronen in het spectrum te bestuderen, kunnen astronomen achterhalen waaruit een ster bestaat, hoe heet hij is en hoe hij beweegt.

We hoeven dus niet naar een ster toe te reizen om hem te onderzoeken.

Het licht van de ster brengt de informatie naar ons toe.

← Terug naar sterren