Botsingen in het heelal: wanneer sterrenstelsels elkaar ontmoeten

Sterrenstelsels lijken vanaf grote afstand rustige eilanden van sterren, gas en stof. Toch kunnen deze enorme systemen elkaar in de loop van hun bestaan ontmoeten. Wanneer twee sterrenstelsels dicht bij elkaar komen, kan hun onderlinge zwaartekracht grote veranderingen veroorzaken.

Twee sterrenstelsels die elkaar door hun zwaartekracht vervormen en uiteindelijk kunnen samensmelten

Een galactische botsing is daarbij heel anders dan een botsing tussen twee vaste voorwerpen. Sterrenstelsels bestaan grotendeels uit enorme lege ruimtes. Sterren botsen daarom meestal niet rechtstreeks met elkaar. Toch kunnen de zwaartekracht en de beweging van gas en sterren ervoor zorgen dat een sterrenstelsel volledig van vorm verandert.

Sommige ontmoetingen eindigen uiteindelijk in een samensmelting waarbij twee afzonderlijke sterrenstelsels één nieuw systeem vormen.

Waarom botsen sterrenstelsels?

Sterrenstelsels bewegen voortdurend door het heelal. Hun bewegingen worden bepaald door zwaartekracht en door de verdeling van materie in hun omgeving.

Wanneer twee sterrenstelsels voldoende dicht bij elkaar komen, beginnen ze elkaar steeds sterker door hun zwaartekracht te beïnvloeden.

De beweging van beide sterrenstelsels kan daardoor veranderen. Een sterrenstelsel dat oorspronkelijk een bepaalde richting op bewoog, kan worden afgebogen. Tegelijkertijd kunnen de banen van afzonderlijke sterren en grote hoeveelheden gas worden verstoord.

Een ontmoeting hoeft bovendien niet meteen tot een volledige botsing te leiden. Twee sterrenstelsels kunnen elkaar eerst op grote afstand passeren en daarna opnieuw naar elkaar toe bewegen.

Een botsing tussen sterrenstelsels is geen botsing tussen sterren

Het woord botsing kan een verkeerd beeld oproepen.

Wanneer twee sterrenstelsels elkaar ontmoeten, vliegen niet miljarden sterren massaal tegen elkaar aan. De afstanden tussen sterren zijn daarvoor veel te groot.

Zelfs in een dicht gebied van een sterrenstelsel bevindt zich relatief veel lege ruimte tussen afzonderlijke sterren.

De sterren kunnen tijdens een galactische ontmoeting wel van baan veranderen. Hun beweging wordt beïnvloed door het veranderende zwaartekrachtsveld van de twee sterrenstelsels.

De belangrijkste veranderingen vinden daardoor plaats op de schaal van het hele sterrenstelsel.

De eerste ontmoeting

Wanneer twee sterrenstelsels elkaar beginnen te naderen, merken ze elkaars zwaartekracht steeds sterker.

De vorm van beide systemen kan daardoor al veranderen voordat de sterrenstelsels daadwerkelijk door elkaar heen bewegen.

Spiraalarmen kunnen worden uitgerekt, gebogen of asymmetrisch worden. Ook kunnen sterrenstromen ontstaan die zich ver buiten het oorspronkelijke sterrenstelsel uitstrekken.

Soms ontstaan lange slierten van sterren en gas die getijdenstaarten worden genoemd.

Deze structuren kunnen nog lange tijd zichtbaar blijven nadat de oorspronkelijke ontmoeting heeft plaatsgevonden.

Getijdenkrachten veranderen de vorm

De zwaartekracht van een sterrenstelsel werkt niet overal even sterk op een ander sterrenstelsel.

De kant die het dichtst bij de andere melkweg ligt, wordt sterker aangetrokken dan de verder gelegen kant. Dit verschil in zwaartekracht kan het sterrenstelsel uitrekken en vervormen.

Dit noemen we een getijdenwerking.

Hetzelfde principe zorgt op kleinere schaal bijvoorbeeld voor getijden op aarde door de zwaartekracht van de maan.

Bij sterrenstelsels zijn de gevolgen echter enorm. Hele gebieden met sterren, gas en stof kunnen door deze krachten van hun oorspronkelijke structuur worden afgeweken.

Gaswolken kunnen elkaar wel raken

Hoewel sterren meestal niet botsen, kunnen gaswolken binnen twee sterrenstelsels wel daadwerkelijk met elkaar in aanraking komen.

Gas neemt veel ruimte in en kan tijdens een galactische ontmoeting worden samengedrukt.

Wanneer grote hoeveelheden gas dicht op elkaar worden gebracht, kan de zwaartekracht ervoor zorgen dat nieuwe sterren ontstaan.

Een botsing tussen sterrenstelsels kan daardoor leiden tot een periode waarin veel meer sterren worden gevormd dan normaal.

Een explosie van nieuwe stervorming

Sommige botsingen veroorzaken een zogenaamde starburst: een periode waarin uitzonderlijk veel nieuwe sterren worden geboren.

De samendrukking van gas kan ervoor zorgen dat grote hoeveelheden materiaal instorten onder hun eigen zwaartekracht.

Daarbij kunnen in korte tijd enorme aantallen jonge sterren ontstaan.

Deze sterren zijn vaak zeer helder en kunnen hun omgeving sterk beïnvloeden met straling en sterrenwinden.

Een galactische botsing kan daardoor niet alleen de vorm van een sterrenstelsel veranderen, maar ook tijdelijk de manier waarop nieuwe sterren ontstaan.

Niet iedere botsing verloopt hetzelfde

Er bestaat niet één vast scenario voor een galactische botsing.

Het verloop hangt onder andere af van de massa van de sterrenstelsels, hun vorm, de hoeveelheid gas die aanwezig is en de snelheid en richting waarmee ze elkaar naderen.

Een klein sterrenstelsel dat dicht langs een veel groter sterrenstelsel beweegt, kan bijvoorbeeld sterk worden verstoord zonder dat beide systemen volledig samensmelten.

Bij twee sterrenstelsels van vergelijkbare omvang kunnen de gevolgen veel groter zijn.

De structuur van beide systemen kan daarbij gedurende honderden miljoenen jaren sterk veranderen.

Een ontmoeting kan meerdere passages hebben

Een galactische ontmoeting is meestal geen gebeurtenis die in één keer voorbij is.

Wanneer twee sterrenstelsels elkaar voor het eerst passeren, kunnen ze door hun onderlinge zwaartekracht snelheid en bewegingsrichting veranderen.

Daardoor kunnen ze later opnieuw naar elkaar toe bewegen.

Tijdens iedere passage kan er opnieuw materiaal worden verplaatst en kunnen de sterrenstelsels verder vervormen.

Uiteindelijk kan de energie van hun onderlinge beweging voldoende afnemen om tot een langdurige samensmelting te leiden.

Van twee sterrenstelsels naar één

Wanneer twee sterrenstelsels uiteindelijk volledig met elkaar versmelten, verdwijnt de duidelijke grens tussen beide systemen.

Illustratie van de verschillende fasen van een botsing tussen twee sterrenstelsels tot hun uiteindelijke samensmelting

De sterren komen terecht in een nieuw gezamenlijk zwaartekrachtsveld.

De oorspronkelijke spiraalstructuren kunnen verdwijnen en er kan een veel groter, afgerond sterrenstelsel ontstaan.

De precieze uitkomst hangt af van de eigenschappen van de twee oorspronkelijke sterrenstelsels.

Een belangrijk gevolg is dat de nieuwe structuur niet simpelweg een grotere versie van één van de twee oorspronkelijke sterrenstelsels is. De banen van veel sterren worden tijdens het proces volledig opnieuw georganiseerd.

Wat gebeurt er met de sterren?

Tijdens een samensmelting blijven de meeste sterren bestaan.

Hun individuele banen kunnen echter sterk veranderen. Een ster die oorspronkelijk netjes rond het centrum van zijn eigen sterrenstelsel draaide, kan na de samensmelting een heel andere baan krijgen.

Na verloop van tijd worden de bewegingen van sterren onderdeel van het nieuwe gezamenlijke zwaartekrachtsysteem.

Daardoor kunnen de sterren van de oorspronkelijke sterrenstelsels uiteindelijk volledig door elkaar heen raken.

Het nieuwe sterrenstelsel draagt zo letterlijk de sporen van beide voorgangers met zich mee.

Wat gebeurt er met planeten?

Ook planeten verdwijnen niet automatisch wanneer hun sterrenstelsel met een ander sterrenstelsel in botsing komt.

De kans dat een planeet rechtstreeks wordt geraakt door een andere ster blijft extreem klein.

Wel kan de baan van een ster op lange termijn veranderen. Als gevolg daarvan kan ook de omgeving waarin een planetair systeem zich bevindt veranderen.

Voor een planeet zoals de aarde betekent een toekomstige galactische ontmoeting daarom niet dat er plotseling sterren tegen elkaar botsen of planeten uit hun banen worden geslingerd.

De veranderingen spelen zich vooral af op veel grotere schaal.

Superzware zwarte gaten ontmoeten elkaar

In het centrum van veel grote sterrenstelsels bevindt zich een superzwaar zwart gat.

Wanneer twee grote sterrenstelsels samensmelten, komen ook hun centrale zwarte gaten uiteindelijk in hetzelfde nieuwe zwaartekrachtsysteem terecht.

In eerste instantie kunnen de twee zwarte gaten nog op grote afstand van elkaar staan. Door interacties met sterren en gas kunnen ze langzaam dichter naar het centrum van het nieuwe sterrenstelsel bewegen.

Op zeer lange termijn kunnen ze uiteindelijk een dubbel zwart gat vormen en verder naar elkaar toe bewegen.

Een uiteindelijke samensmelting van twee superzware zwarte gaten zou bovendien krachtige gravitatiegolven kunnen produceren.

Dit is een van de redenen waarom galactische botsingen ook interessant zijn voor onderzoek naar zwarte gaten en gravitatiegolven.

Hoe herkennen astronomen een botsing?

Astronomen kunnen aan verschillende kenmerken zien dat sterrenstelsels elkaar beïnvloeden.

Een opvallend verschijnsel zijn vervormde spiraalarmen of lange getijdenstaarten.

Ook kunnen sterrenstelsels ongebruikelijke vormen krijgen die niet passen bij een rustig sterrenstelsel.

Daarnaast kunnen wetenschappers kijken naar de beweging van sterren en gas. Wanneer deze sterk afwijkt van wat je bij een normaal sterrenstelsel verwacht, kan dat wijzen op een eerdere of huidige interactie.

Ook gebieden met uitzonderlijk veel nieuwe sterren kunnen een aanwijzing zijn.

Door verschillende soorten waarnemingen te combineren, kunnen astronomen reconstrueren wat er waarschijnlijk is gebeurd.

We kunnen botsingen terug in de tijd bekijken

Omdat licht tijd nodig heeft om door de ruimte te reizen, zien astronomen verre botsende sterrenstelsels zoals ze er in het verleden uitzagen.

Een sterrenstelsel dat miljarden lichtjaren van ons verwijderd is, kunnen we dus bekijken in een veel vroegere fase van zijn ontwikkeling.

Dat maakt het mogelijk om verschillende stadia van galactische interacties naast elkaar te leggen.

Astronomen kunnen daardoor bijvoorbeeld zoeken naar sterrenstelsels die net beginnen aan een ontmoeting, systemen die al sterk vervormd zijn en oudere systemen waarin de samensmelting grotendeels voltooid is.

Zo ontstaat een soort kosmische verzameling van verschillende momenten uit hetzelfde soort proces.

Bekende voorbeelden van botsende sterrenstelsels

In het heelal zijn verschillende spectaculaire voorbeelden van galactische ontmoetingen bekend.

Sommige sterrenstelsels vertonen lange gebogen staarten van sterren en gas. Andere bestaan uit twee duidelijk herkenbare systemen die elkaar langzaam beïnvloeden.

Een bekend voorbeeld is het Antennae-stelsel, waarin twee sterrenstelsels sterk met elkaar in wisselwerking zijn.

Ook de Mice Galaxies laten zien hoe getijdenkrachten sterrenstelsels kunnen vervormen en lange staarten kunnen veroorzaken.

Dergelijke systemen geven astronomen een kijkje in processen die over enorme perioden plaatsvinden.

De Melkweg en Andromeda

Ook onze eigen Melkweg zal waarschijnlijk een grote galactische ontmoeting meemaken.

Het Andromedastelsel bevindt zich relatief dicht bij de Melkweg en beide sterrenstelsels bewegen naar elkaar toe.

In de verre toekomst zullen ze elkaar sterk beïnvloeden en kunnen ze uiteindelijk samensmelten.

Dat proces zal miljarden jaren duren. De twee sterrenstelsels zullen daarbij meerdere veranderingen ondergaan voordat uiteindelijk één groter sterrenstelsel ontstaat.

De details van zo’n verre toekomst zijn niet volledig voorspelbaar, maar de onderlinge zwaartekracht bepaalt in grote lijnen hoe de ontmoeting zal verlopen.

Voor meer informatie over onze eigen kosmische omgeving kun je ook kijken bij De Lokale Groep: onze kosmische buurt.

Botsingen bouwen nieuwe sterrenstelsels

Een galactische botsing betekent dus niet alleen vernietiging.

Hoewel bestaande structuren sterk worden verstoord, kan de ontmoeting ook nieuwe structuren creëren.

Gas kan worden samengedrukt en nieuwe sterren kunnen ontstaan. Sterren kunnen nieuwe banen krijgen en materiaal kan over enorme afstanden worden verspreid.

Na afloop ontstaat een sterrenstelsel dat de geschiedenis van beide oorspronkelijke systemen in zich draagt.

Galactische botsingen zijn daardoor een belangrijk onderdeel van de voortdurende ontwikkeling van het heelal.

Een proces van honderden miljoenen jaren

Voor mensen lijkt een botsing tussen sterrenstelsels misschien een plotselinge gebeurtenis. In werkelijkheid verloopt het proces bijzonder langzaam.

Een volledige interactie kan honderden miljoenen jaren duren en een uiteindelijke samensmelting kan nog veel langer in beslag nemen.

Dat maakt het onmogelijk om één volledige botsing vanaf het begin tot het einde rechtstreeks te volgen.

Astronomen lossen dat probleem op door veel verschillende sterrenstelsels te bestuderen. Elk systeem kan een ander stadium van een vergelijkbaar proces laten zien.

Samen vormen deze waarnemingen een soort momentopname van een gebeurtenis die zich over enorme kosmische tijdschalen afspeelt.

Het heelal is voortdurend in beweging

Sterrenstelsels zijn geen onveranderlijke eilanden.

Ze groeien, veranderen van vorm, vormen nieuwe sterren en beïnvloeden elkaar door zwaartekracht. Soms leidt een ontmoeting tot een korte maar krachtige periode van nieuwe stervorming. In andere gevallen eindigt het proces uiteindelijk in één nieuw sterrenstelsel.

Botsingen en samensmeltingen zijn daarmee een natuurlijk onderdeel van de geschiedenis van het heelal.

Wat vanaf grote afstand misschien lijkt op twee rustige vlekken aan de hemel, kan in werkelijkheid een proces zijn waarin miljoenen sterren, enorme gaswolken en superzware zwarte gaten gedurende honderden miljoenen jaren door zwaartekracht worden beïnvloed.

Een kosmische ontmoeting

Wanneer sterrenstelsels elkaar ontmoeten, botsen vooral hun zwaartekrachtsvelden, gaswolken en enorme structuren met elkaar. De sterren zelf hebben zoveel ruimte om zich heen dat directe botsingen zeldzaam blijven.

Toch kan de invloed enorm zijn.

Spiraalarmen worden uitgerekt, gas wordt samengedrukt, nieuwe sterren kunnen ontstaan en de banen van sterren kunnen volledig veranderen. Uiteindelijk kunnen twee afzonderlijke sterrenstelsels zelfs één nieuw kosmisch systeem vormen.

Galactische botsingen laten daarmee zien dat het heelal voortdurend verandert. De sterrenstelsels die we vandaag zien, zijn slechts tijdelijke vormen binnen een veel langere kosmische geschiedenis.

← Terug naar Diepe ruimte