Star Trek en AI: hoeveel van de toekomst bestaat al?
Toen Star Trek voor het eerst op televisie verscheen, zag de toekomst er heel anders uit dan nu. Computers waren groot, ingewikkeld en vooral bedoeld voor specialisten. Een computer waarmee je gewoon een gesprek kon voeren, leek nog pure fantasie.

In de wereld van Star Trek is dat juist heel normaal.
De bemanning van ruimteschepen praat tegen de computer, vraagt om informatie en laat systemen opdrachten uitvoeren. Robots en kunstmatige levensvormen lopen tussen mensen rond en technologie ondersteunt bijna ieder onderdeel van het dagelijks leven.
Wie vandaag naar Star Trek kijkt, ontdekt daardoor iets bijzonders: sommige ideeën uit de serie lijken inmiddels verrassend veel op technologie die we zelf gebruiken.
Andere ideeën zijn nog steeds ver buiten ons bereik.
De computer van de Enterprise
Een van de bekendste technologieën uit Star Trek is misschien wel de computer van het ruimteschip.
Bemanningsleden hoeven niet achter een toetsenbord te zitten om informatie op te zoeken. Ze kunnen simpelweg praten.
“Computer…”
Daarna volgt een vraag of opdracht.
De computer begrijpt wat er wordt gevraagd en geeft vervolgens informatie terug of voert een bepaalde handeling uit.
Dat lijkt tegenwoordig helemaal niet meer zo vreemd.
We kunnen tegen onze smartphone praten, vragen stellen aan digitale assistenten en met moderne AI-systemen uitgebreide gesprekken voeren.
Het verschil is vooral dat de computer van Star Trek veel meer lijkt te begrijpen dan onze huidige systemen.
De Star Trek-computer lijkt vrijwel alles te weten, begrijpt de context van een gesprek en kan bovendien allerlei systemen van het schip bedienen.
Onze AI is daar nog lang niet.
Van spraakassistent naar AI
Toch is de ontwikkeling opvallend.
Een paar decennia geleden was het idee dat je gewoon tegen een computer kon praten behoorlijk futuristisch. Tegenwoordig kan een AI een gesproken vraag begrijpen en daarop reageren.
Daarmee is één van de ideeën uit Star Trek gedeeltelijk werkelijkheid geworden.
Maar er is een belangrijk verschil tussen spraak herkennen en daadwerkelijk begrijpen.
Een computer kan woorden omzetten in tekst en een AI kan daar vervolgens een passend antwoord op formuleren. Dat betekent nog niet dat het systeem de wereld begrijpt zoals een mens.
Dat verschil wordt soms verborgen doordat moderne AI zo natuurlijk kan communiceren.
Data: een heel ander soort AI
Een van de interessantste personages uit Star Trek als het om AI gaat, is Data.
Data is een androïde die veel menselijke eigenschappen probeert te begrijpen. Hij kan razendsnel informatie verwerken, leren en logisch redeneren.
Maar juist zijn verhouding tot de menselijkheid maakt hem bijzonder.
Data wil bijvoorbeeld begrijpen wat humor, emoties, vriendschap en andere menselijke eigenschappen betekenen.
Daarmee stelt Star Trek een vraag die tegenwoordig opnieuw interessant is:
Als een machine zich steeds menselijker kan gedragen, wanneer spreken we dan van echte intelligentie?
Onze huidige AI is natuurlijk niet hetzelfde als Data.
Een taalmodel kan bijvoorbeeld een gesprek voeren, uitleg geven en zelfs een grap maken. Maar dat betekent niet automatisch dat het systeem de grap op dezelfde manier beleeft of begrijpt als een mens.
Data is daarmee vooral een interessant fictief voorbeeld van waar de grens tussen mens en machine zou kunnen liggen.
Kan een AI emoties begrijpen?
Dat onderwerp komt bij Data regelmatig terug.
Hij probeert menselijke emoties te begrijpen, maar heeft zelf lange tijd geen menselijke emoties op dezelfde manier als zijn menselijke collega’s.
Dat sluit verrassend goed aan bij een vraag die we tegenwoordig over AI stellen.
Een moderne AI kan herkennen dat iemand verdrietig klinkt. Het kan vervolgens een meelevend antwoord formuleren.
Maar voelt de AI zelf verdriet?
Daar is een groot verschil tussen.
Een systeem kan leren hoe mensen over emoties praten en welke reacties in bepaalde situaties passen. Dat betekent nog niet dat het systeem zelf een innerlijke ervaring heeft.
Star Trek gebruikte dit idee al lang voordat moderne taalmodellen bestonden.
De holodeck en virtuele werelden
Ook de holodeck is een interessant voorbeeld.
Op de Enterprise kunnen mensen een virtuele omgeving binnengaan die zo realistisch aanvoelt dat het bijna lijkt alsof ze ergens anders zijn.
Een dergelijke technologie bestaat nog niet.
Maar het basisidee van digitale werelden kennen we inmiddels wel.
Virtual reality kan mensen onderdompelen in een digitale omgeving. Games kunnen complete werelden creëren en AI kan tegenwoordig beelden, stemmen en andere digitale inhoud genereren.
De holodecktechnologie uit Star Trek gaat daar nog veel verder in.
Het zou niet alleen een beeld op een scherm zijn. De gebruiker zou zich daadwerkelijk midden in de digitale omgeving bevinden en ermee kunnen communiceren.
Dat blijft voorlopig sciencefiction.
Computers als wetenschappelijke assistent
Star Trek laat technologie ook vaak zien als hulpmiddel voor wetenschappelijk onderzoek.
De bemanning kan informatie verzamelen, onbekende verschijnselen analyseren en computers gebruiken om mogelijke verklaringen te onderzoeken.
Ook daar zien we tegenwoordig al een stukje van terug.
AI wordt gebruikt om grote hoeveelheden wetenschappelijke gegevens te analyseren, patronen te zoeken en onderzoekers te helpen bij het ontwerpen van experimenten.
Dat is misschien minder spectaculair dan een ruimteschip dat sneller dan het licht reist, maar het is wel echte technologie.
En juist op dit gebied ontwikkelt AI zich momenteel snel.
De tricorder
Een ander bekend Star Trek-idee is de tricorder.
Dit draagbare apparaat kan allerlei metingen uitvoeren. In de serie kan het onder andere biologische, medische en omgevingsinformatie analyseren.
Een apparaat dat met één handbeweging een complete medische analyse uitvoert, bestaat nog niet zoals in Star Trek.
Maar moderne draagbare meetapparatuur komt op sommige punten wel in de buurt van het idee.
Smartwatches kunnen bijvoorbeeld hartslag en andere lichaamsgegevens meten. Smartphones bevatten allerlei sensoren en medische apparatuur wordt steeds kleiner en slimmer.
Toch blijft de Star Trek-tricorder voorlopig een flinke stap verder.
Een apparaat dat vrijwel alles kan meten en onmiddellijk begrijpt wat die metingen betekenen, hebben we nog niet.
Robots tussen mensen
Star Trek laat ook regelmatig robots en kunstmatige levensvormen zien die naast mensen functioneren.
Dat idee wordt steeds minder vreemd.
Er bestaan inmiddels robots die kunnen lopen, objecten kunnen verplaatsen en bepaalde taken zelfstandig kunnen uitvoeren. Ook worden humanoïde robots ontwikkeld die bedoeld zijn om in omgevingen met mensen te functioneren.
Maar ook hier geldt dat sciencefiction veel verder gaat.
Een robot zoals Data, die zelfstandig leert, complexe gesprekken voert, menselijke relaties aangaat en zichzelf voortdurend probeert te verbeteren, hebben we nog niet.
De techniek komt op sommige gebieden dichterbij, maar de combinatie van al die eigenschappen blijft voorlopig fictie.
Niet alles hoeft door AI te worden gedaan
Wat Star Trek misschien nog interessanter maakt, is dat technologie daar meestal niet het doel op zichzelf is.
De technologie helpt mensen.
De bemanning gebruikt computers om sneller informatie te vinden, wetenschappelijke vragen te onderzoeken en problemen op te lossen.
Dat lijkt eigenlijk behoorlijk veel op hoe we tegenwoordig naar AI kunnen kijken.
AI hoeft niet alles over te nemen om nuttig te zijn.
Een systeem dat een wetenschapper helpt om miljarden gegevenspunten te analyseren, kan al enorm waardevol zijn.
Een AI die een schrijver helpt ideeën te ordenen kan nuttig zijn.
Een systeem dat een arts helpt om medische beelden te analyseren kan ondersteuning bieden.
De mens blijft daarbij degene die bepaalt wat er met de informatie gebeurt.
Waar Star Trek nog ver voorloopt
Er zijn natuurlijk ook genoeg technologieën uit Star Trek die we voorlopig niet kunnen bouwen.
Ruimteschepen die sneller dan het licht reizen zijn daar een bekend voorbeeld van.
Ook teleportatie van mensen zoals in de serie bestaat niet. Er bestaat wel kwantumteleportatie van bepaalde kwantuminformatie, maar dat is iets totaal anders dan een mens van de ene plaats naar de andere verplaatsen.
En een kunstmatige levensvorm zoals Data hebben we evenmin.
Sciencefiction heeft dus niet simpelweg de toekomst voorspeld.
Het heeft vooral ideeën bedacht waar wetenschappers en technici later zelf mee verder konden denken.
De interessante vraag achter Data
Misschien is Data daarom wel belangrijker dan alle futuristische apparatuur bij elkaar.
Zijn verhaal draait uiteindelijk niet alleen om technologie.
Het gaat over identiteit.
Over emoties.
Over bewustzijn.
Over wat het betekent om mens te zijn.
En dat zijn precies de vragen die opnieuw naar voren komen nu AI steeds beter wordt in communiceren en verschillende taken kan uitvoeren.
Een AI die een tekst schrijft is één ding.
Maar wat als een machine ooit overtuigend kan uitleggen wat vriendschap betekent?
Wat als een systeem menselijke emoties beter kan herkennen dan de meeste mensen?
En wat als een robot zich zo menselijk gedraagt dat mensen er daadwerkelijk een emotionele band mee krijgen?
Dan wordt de vraag niet meer alleen “Hoe intelligent is deze machine?”
Dan wordt de vraag:
“Hoe gaan wij ermee om?”
Van sciencefiction naar werkelijkheid
Star Trek laat daarmee mooi zien hoe sciencefiction en echte technologie elkaar soms kunnen raken.
De pratende computer is gedeeltelijk werkelijkheid geworden.
Spraakbesturing bestaat.
Virtuele werelden bestaan.
AI kan informatie analyseren.
Robots worden steeds geavanceerder.
Draagbare sensoren worden steeds krachtiger.
Maar de alleswetende computer van de Enterprise, de menselijke androïde Data en de holodeck blijven voorlopig buiten ons bereik.
En misschien is dat juist het leuke.
We hoeven niet te verwachten dat ieder idee uit Star Trek werkelijkheid wordt. Het is veel interessanter om te kijken welke ideeën langzaam dichterbij komen.
De toekomst is nog niet geschreven
Toen Star Trek werd gemaakt, konden de makers onmogelijk weten welke technologie tientallen jaren later werkelijk zou bestaan.
Toch blijken sommige ideeën verrassend herkenbaar.
Dat zegt misschien niet dat sciencefiction de toekomst kan voorspellen.
Het laat vooral zien dat mensen al heel lang dezelfde vragen stellen:
Wat als computers slimmer worden?
Wat als machines met ons kunnen praten?
Wat als technologie onze mogelijkheden enorm uitbreidt?
En misschien de belangrijkste:
Wat gebeurt er wanneer we machines bouwen die steeds meer op onszelf beginnen te lijken?
Daarmee blijft Star Trek interessant, ook voor mensen die helemaal niets met technologie hebben.
Het is niet alleen een verhaal over ruimteschepen en verre planeten.
Het is ook een verhaal over mensen, technologie en de toekomst die we samen proberen vorm te geven.
En wie weet kijken mensen over vijftig jaar terug naar de AI van vandaag zoals wij nu naar de computers van Star Trek kijken.
Misschien zeggen ze dan lachend:
“Kijk eens hoe primitief die eerste AI eigenlijk nog was.”
